ECLI:NL:GHARN:2011:BP9846
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-aftrekbaarheid verlies uit onzakelijke garantstelling in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een producent van ruwvoermachines en onderdeel van een concern, stelde zich garant voor een kredietfaciliteit van €110 miljoen verstrekt aan haar moedervennootschap en andere concernmaatschappijen. Door het faillissement van de moedervennootschap en andere concernmaatschappijen ontstond een verlies van €5.191.883 dat belanghebbende ten laste van haar winst bracht.
De Inspecteur corrigeerde dit verlies als niet aftrekbaar wegens het lopen van een onzakelijk debiteurenrisico dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen. De Rechtbank Arnhem stelde de Inspecteur in het gelijk, en belanghebbende ging in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende zich garant stelde zonder vergoeding en een debiteurenrisico liep dat niet aannemelijk zakelijk was. Dit risico werd aanvaard met het oog op aandeelhoudersbelangen, waardoor het verlies niet in mindering op de winst kan worden gebracht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd dat het verlies uit de garantstelling niet aftrekbaar is.