Conclusie
eerste middelklaagt dat het arrest en/of de bewezenverklaring onvoldoende met redenen is/zijn omkleed, doordat het Hof niet bewezen heeft verklaard dat verzoeker door feitelijkheden, bestaande uit het één of meermalen aan [slachtoffer] mededelen dat hij haar wilde en/of voornoemde [slachtoffer] de doorgang te blokkeren/hinderen (in de tenlastelegging opgenomen onder het eerste en derde gedachtestreepje), [slachtoffer] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelen, terwijl het Hof in strijd met die vrijspraak het voormelde proces-verbaal van aangifte, inhoudende de verklaring van aangeefster, tot het bewijs heeft gebezigd.
tweede middel, bezien in samenhang met de toelichting daarop, klaagt dat het Hof blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, althans dat zijn oordeel onbegrijpelijk is en/of ontoereikend is gemotiveerd, doordat het Hof de bewezenverklaarde handelingen van verzoeker, te weten het leggen van zijn arm op de rug van de aangeefster en het (onverhoeds) aanraken van haar borsten heeft beschouwd èn als ontuchtige handelingen èn als feitelijkheden waardoor de aangeefster werd gedwongen tot het dulden van diezelfde ontuchtige handelingen.