Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.Feiten en procesverloop
1 januari 2007voor de onder het bestuur ressorterende scholen en/of instellingen werkzaamheden en diensten verricht zoals genoemd in onderdeel:
Het percentage geldt in ieder geval voor het gehele jaar 2009.
3.Geding voor de Rechtbank en het Hof
4.Het geding in cassatie
5.Vooraf: koepelvrijstelling
bij voorbeeld op het gebied van bepaalde administraties, blijven reeds thans veelal buiten de heffing van omzetbelasting
krachtens administratief voorschrift.”
Omzetbelasting(1979), blz. 277 - 278:
6.Kosten voor gemene rekening (middelen I tot en met IV)
tenzij die vergoeding [27] slechts de verrekening zou hebben gevormd van het aandeel van A BV in uitgaven die rechtstreeks voor gemene rekening van belanghebbende en A BV worden gedaan. ’s Hofs uitspraak en de stukken van het geding bieden evenwel geen aanknopingspunt voor de veronderstelling dat deze uitzondering zich in casu heeft voorgedaan, zodat moet worden aangenomen dat zulks niet het geval is geweest.”
alle prestatiesbij het verrichten waarvan de ondernemer, ter wille van de
daarmee gemoeide economische belangen, optreedt tegenover
personen die niet tot de eigen kring behoren.
ten behoeve van verschillende ondernemersdie in eerste instantie door
een van hen worden betaalden voor het
werkelijke bedragvolgens een
tevoren vaststaande verdeelsleutelover de bedoelde ondernemers worden omgeslagen, terwijl het
risico van die kosten allen volgens de overeengekomen verdeelsleutel aangaat.”
7.Nauw met onderwijs samenhangende diensten (middel V)
als nevenprestatie bij dat onderwijs, dat de hoofdprestatie vormt (…).
geen doel op zich is, maar een middel om ervoor te zorgen dat de hoofdprestatie onder optimale omstandighedenwordt verricht (…).
onontbeerlijkzijn voor het verrichten van die vrijgestelde handelingen (…).