ECLI:NL:PHR:2013:678
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende motivering opzet bij overtreding meldingsplicht aandelen
Verdachte werd door het hof Amsterdam veroordeeld voor het opzettelijk niet onverwijld melden van wijzigingen in het aandelenkapitaal van een beursgenoteerde vennootschap, in strijd met artikel 2a van de Wet melding zeggenschap in ter beurze genoteerde vennootschappen 1996. Het hof oordeelde dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de meldingen niet werden gedaan, mede omdat hij nagelaten had zich te laten adviseren door gespecialiseerde juristen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat verdachte zich bewust was van het ontbreken van relevante wetskennis binnen zijn organisatie en dat het bewijs ontoereikend is om vast te stellen dat verdachte beschikte over de aandelen via de genoemde vennootschappen. Ook is het bewijs voor het opzet ontoereikend, omdat onvoldoende is aangetoond dat verdachte zich bewust aanmerkelijke kans blootstelde dat meldingen niet zouden worden gedaan.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde beoordeling. De zaak betreft de zorgplicht van bestuurders van beursgenoteerde ondernemingen om te voldoen aan meldingsverplichtingen en de eisen aan bewijs en motivering bij opzet.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.