Conclusie
[verdachte]
eerste middelkeert zich tegen de wijze waarop het Hof een kennelijke misslag in de bewijsoverweging ten aanzien van “medeplegen” in het verkorte arrest heeft hersteld door een compleet andere bewijsoverweging in de Aanvulling op dit arrest. Een dergelijke aanvulling c.q. verbetering is in strijd met art. 365a, aldus de steller van het middel.
Nadere bewijsoverweging ten aanzien van het medeplegen (feit 1).
tweede middelklaagt over de motivering van ’s Hofs verwerping van het verweer dat de verdachte niet als medepleger kan worden aangemerkt.
derde middelklaagt over schending van de redelijke termijn in de cassatiefase.