Conclusie
[verdachte]
het aan zijn schuld te wijten zijn dat enig elektriciteitswerk wordt beschadigd of onbruikbaar gemaakt, terwijl daardoor verhindering van stroomlevering ten algemene nutte is ontstaan en terwijl daardoor gemeen gevaar voor goederen is ontstaan” en feit 2: “
het aan zijn schuld te wijten zijn dat een luchtvaartuig wordt beschadigd, terwijl daardoor levensgevaar voor een ander is ontstaan” veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van honderd uren, te vervangen door vijftig dagen hechtenis, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr Pro.
eerste middelklaagt over de de bewezenverklaringen van de feiten 1 en 2, omdat het oordeel van het hof met betrekking tot de causaliteit rechtens onjuist is.
de voorbereiding van de vlucht
nietop hazards.
de uitvoering van de vlucht
bestuderen.
zijntaak was om de backseater te waarschuwen voor obstakels. Daarbij heeft hij evenmin duidelijk aangegeven dat hij - vrij lang - "inside" was. Ook op dit punt heeft verdachte zijn extra verantwoordelijkheid als gezagvoerder niet waargemaakt: hij had moeten controleren dat het vliegpad vrij was van obstakels voordat hij de opdracht tot laagvliegen, nota bene: "zo laag als je durft", gaf.
kunnenafdoen aan de verwijtbaarheid, zelfs in beslissende
vak. Onder normale (oefen)omstandigheden hoort een vakbekwaam Apachevlieger fouten als hier aan de orde naar het oordeel van het hof niet te maken.
zijnverbeteringen doorgevoerd of aangekondigd.
tweede middelvalt uiteen in een rechtsklacht, aangeduid in de toelichting op het middel onder a) en een motiveringsklacht, aangeduid in de toelichting op het middel onder b).
derde middelklaagt dat de bewijsvoering ten aanzien van feit 2 innerlijke tegenstrijdig is met de bewijsvoering ten aanzien van feit 1, omdat het hof bij feit 1 niet bewezen heeft verklaard het geen, althans onvoldoende, toezicht houden op de door de vlieger gevlogen vlieghoogte, terwijl het hof zulks wel doet ten aanzien van feit 2.