Conclusie
5.Bewezenverklaring en bewijsvoering
6.Het vierde middel
7.Het derde middel
8.Het tweede middel
9.Het eerste middel
Op te leggen straf of maatregel
Parket bij de Hoge Raad
Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch heeft verdachte veroordeeld voor witwassen van een groot geldbedrag, aangetroffen in een woning met softdrugs, en een gevangenisstraf van zes maanden opgelegd, geheel onvoorwaardelijk. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad onderzocht de bewezenverklaring en het bewijs, waaronder de vondst van geldbedragen in de woning en in de onderbroeken van verdachte en medeverdachten, de aanwezigheid van softdrugs en de gedragingen van de verdachten tijdens de politie-inval. Het hof oordeelde dat sprake was van medeplegen en dat het geld afkomstig was van enig misdrijf. De verdediging voerde onder meer aan dat de strafoplegging onbegrijpelijk was.
De Hoge Raad verwierp de middelen die de bewezenverklaring en het bewijs aanvochten, maar oordeelde dat de strafoplegging onbegrijpelijk was gemotiveerd omdat het hof een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf oplegde terwijl het ook sprak over een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf. Dit leidde tot vernietiging van het deel van het arrest dat de onvoorwaardelijke gevangenisstraf oplegde, en terugverwijzing voor een passende beslissing. Het cassatieberoep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de oplegging van de geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en verwijst terug voor een passende strafoplegging.