ECLI:NL:HR:2014:175

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 januari 2014
Publicatiedatum
28 januari 2014
Zaaknummer
11/04903
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 440 SvArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onbegrijpelijke onvoorwaardelijke gevangenisstraf bij witwassen

De verdachte werd door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden wegens witwassen. Het hof motiveerde deze straf door de ernst van het feit en het belang van het financiële stelsel, maar erkende ook de relatief beperkte rol van de verdachte en het ontbreken van eerdere veroordelingen.

De Hoge Raad oordeelt dat de oplegging van een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet begrijpelijk is, gelet op de overwegingen van het hof zelf omtrent de mogelijkheid van een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het de strafoplegging betreft en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.

Andere middelen van cassatie worden verworpen omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren. De zaak wordt derhalve opnieuw behandeld door het hof, waarbij de strafoplegging opnieuw moet worden overwogen.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het een onvoorwaardelijke gevangenisstraf oplegt en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting.

Uitspraak

28 januari 2014
Strafkamer
nr. 11/04903
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 2 november 2011, nummer 20/002194-10, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R. Herregodts, advocaat te 's-Hertogenbosch, middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch alleen voor zover daarin aan de verdachte ten aanzien van feit 2 een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden is opgelegd, tot zodanige op art. 440 Sv Pro gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het tweede, het derde en het vierde middel
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beoordeling van het eerste middel

3.1.
Het middel klaagt over de motivering van de strafoplegging.
3.2.1
Het Hof heeft ter zake het onder 2 bewezenverklaarde "witwassen" aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden opgelegd.
3.2.2.
Het bestreden arrest houdt ten aanzien van de strafoplegging het volgende in:
"Naar het oordeel van het hof kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Witwassen van gelden ontwricht het economische verkeer en ondermijnt daardoor het vertrouwen in het financiële stelsel.
Het hof heeft echter ook gelet op de relatief beperkte rol welke verdachte in het bewezen verklaarde handelen heeft gehad en hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Met oplegging van een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten."
3.3.
De oplegging van een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf is in het licht van hetgeen het Hof heeft overwogen omtrent de oplegging van een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf niet begrijpelijk.

4.Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat het vijfde middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep in zoverre opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. Dorst als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
28 januari 2014.