Conclusie
1.[eiser 1]
2.Procesverloop
3.Bespreking van het principaal cassatieberoep
klachten B en Czien op de toepassing die het hof heeft gegeven aan art. 6:89 BW Pro. Zij lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
klacht C, eerste alinea). Het middel berust in dit opzicht echter op een onjuiste lezing van de overwegingen van het hof, zoals hieronder bij 3.8.1 blijkt, en de klacht dient daarom bij gebrek aan feitelijke grondslag te falen.
klacht C, tweede alinea) de omstandigheden van het geval op onbegrijpelijke wijze heeft afgewogen in het licht van het uitgebreide partijdebat. Het middel volstaat met een verwijzing naar de vindplaatsen in de stukken van het geding in hoger beroep. Ik meen dat de klacht in zoverre niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen, nu daaruit niet met voldoende precisie kan worden afgeleid, waarom de oordelen van het hof in het licht van het partijdebat onvoldoende (begrijpelijk) zouden zijn gemotiveerd. [7] Nu partijen in cassatie ook inhoudelijk over dit punt hebben gedebatteerd, zal ik er nog inhoudelijk op in gaan.
kunnenkomen, zoals de klacht aanvoert, maakt diens beslissing nog niet onbegrijpelijk.
Klacht Fen daarmee het principaal cassatieberoep als geheel.
4.Bespreking van het incidenteel cassatieberoep
onderdeel 1);
onderdeel 2); en
onderdeel 3).