AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Onrechtmatige nalatigheid Staat bij thuiskopievergoeding digitale audiospelers en videorecorders
In deze zaak staat centraal de vraag of de Staat onrechtmatig heeft gehandeld door bij algemene maatregelen van bestuur (AMvB's) digitale audiospelers en digitale videorecorders niet aan te wijzen als voorwerpen waarvoor een thuiskopievergoeding verschuldigd is. Norma c.s., een collectieve beheersorganisatie en aangesloten rechthebbenden, vorderden een verklaring voor recht dat deze AMvB's onrechtmatig zijn en schadevergoeding.
De rechtbank wees de vorderingen af, maar het hof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld omdat de AMvB's niet in overeenstemming waren met de Auteursrechtrichtlijn (2001/29/EG) en de nationale wetgeving. Het hof stelde dat lidstaten verplicht zijn een billijke vergoeding te verzekeren voor het nadeel dat rechthebbenden lijden door privé-kopiëren, en dat digitale audiospelers en videorecorders in substantiële mate daarvoor worden gebruikt.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en benadrukt dat het begrip 'billijke compensatie' een autonoom unierechtelijk begrip is, dat uniform moet worden uitgelegd. De Staat heeft een resultaatsverplichting om te zorgen dat rechthebbenden daadwerkelijk een billijke vergoeding ontvangen. De Hoge Raad wijst tevens op de beperking van de rechter om een bevel tot wetgeving te geven, maar bevestigt dat de Staat schadeplichtig is wegens het niet nakomen van zijn verplichtingen. De vorderingen van Norma c.s. worden daarmee grotendeels toegewezen.
Uitkomst: De Staat handelt onrechtmatig door digitale audiospelers en videorecorders niet als vergoedingsplichtige voorwerpen aan te wijzen en is gehouden tot schadevergoeding.
Voetnoten
1.Besluit van 23 oktober 2012, houdende aanwijzing van de voorwerpen, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet, en tot vaststelling van nadere regels over de hoogte en de verschuldigdheid van de vergoeding, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet. Bij AMvB van 15 oktober 2013 is de geldigheid van voornoemde AMvB verlengd tot 1 januari 2016 (Stb. 2013, 400).
2.Zie het bestreden arrest onder 1.1 in verbinding met rov. 2 van het vonnis van de rechtbank.
3.Zie P.J. Kreijger in een noot onder het bestreden arrest in Mediaforum 2012, p. 222, die op dit punt spreekt van een evidente misslag van de rechtbank.
4.Vgl. Schriftelijke toelichting van de Staat, nr. 2.27.
5.Zk C-521/11, Amazon.
6.Zie de gegevens in de conclusie van repliek in eerste aanleg van Norma c.s. onder 27 en de daarbij behorende producties, waaruit blijkt dat MP3-spelers en Harddiskrecorders voor 86% en 79% voor privé-kopiëren bestemd zijn.
7.Zie ook HR 28 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AA6180, NJ 2006, 375, die het vervolg vormt op dit arrest en HR 9 juni 2000, NJ 2001, 569, die daaraan voorafgaat. 8.Zie Spoor, Verkade en Visser, Auteursrecht, derde druk 2005, p. 223 en volgende.
9.In dezelfde zin: M.H. Wissink en R. Meijer, Omzetting van Europese richtlijnen en het rechterlijk bevel tot wetgeving: van ‘nee’ naar ‘ja soms’?, NTBR 2007, p. 299. Zie ook: R.A.J. van Gestel en M.S. Groenhuijsen, Geen rechterlijk bevel tot wetgeven, of toch…?, NJB 2006, p. 2050-2056
10.J.E.M. Polak, Zit er nog muziek in verbods- en gebodsacties ter zake van wetgeving?, O&A 2004, p. 171;.
12.G. Boogaard, Het wetgevingsbevel, Over constitutionele verhoudingen en manieren om een wetgever tot regelgeving aan te zetten, diss. UvA, 2013, p. 13, 35, 239.
13.P. 166. Zie ook E. Mak, Rechter en wetgever in een globaliserende context: ieder voor zich of samen sterk?, in: De verhouding tussen rechter en wetgever, preadviezen voor de Vereniging voor wetgeving en wetgevingsbeleid, 2013, p. 47-72.
14.Anders: R.J.B. Schutgens, Onrechtmatige wetgeving, diss. Nijmegen, 2009, blz. 250.
15.Vgl. HvJ EU 15 november 2012, zk. C-180/11, (Bericap/Plastinnova). C. Vrendenbarg, Kort commentaar bij HvJ EU 15 november 2012, zaak C-180/11, B9 11843 (Bericap / Plastinnova) en Rb ’s-Gravenhage 28 november 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BY4482, B9 11888 (Apple / Samsung), B9 11890, Boek 9.nl Het stellen van een prejudiciële vraag op dit punt zoals in HR 21 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW5879, NJ 2012, 532 lijkt mij dan ook niet nodig.