ECLI:NL:HR:2004:AA6180
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over uitleg en toepassing begrip billijke vergoeding in naburige rechten
De zaak betreft een geschil tussen Stichting ter Exploitatie van Naburige Rechten (SENA) en de Nederlandse Omroep Stichting (NOS) over de uitleg en toepassing van het begrip 'billijke vergoeding' zoals bedoeld in artikel 8 lid 2 van Pro Richtlijn 92/100/EEG. De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest en de prejudiciële vragen die aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJEG) zijn gesteld.
Het HvJEG heeft geoordeeld dat het begrip 'billijke vergoeding' een uniform gemeenschapsrechtelijk begrip is dat in alle lidstaten op dezelfde wijze moet worden uitgelegd, maar dat lidstaten binnen de grenzen van het gemeenschapsrecht de meest relevante criteria mogen vaststellen voor de bepaling van de vergoeding. Hierbij moet een juist evenwicht worden bereikt tussen het belang van uitvoerende kunstenaars en producenten en het belang van derden om fonogrammen onder redelijke voorwaarden te kunnen uitzenden.
De Hoge Raad bespreekt vervolgens de verschillende onderdelen van het middel, waaronder de vraag of de nationale wetgevers vrijheid hebben in de vaststelling van de vergoeding en of de marktwaarde in het handelsverkeer leidend moet zijn. De Hoge Raad bevestigt dat de marktwaarde een belangrijke, maar niet beslissende factor is en dat het hof terecht heeft overwogen dat de vergoeding per lidstaat kan verschillen.
Daarnaast behandelt de Hoge Raad de rol van de parlementaire geschiedenis van de Wet op de Naburige Rechten (WNR) en de gerechtvaardigde verwachtingen die SENA bij de NOS heeft gewekt. Het hof heeft volgens de Hoge Raad te absoluut geoordeeld over de mate waarin deze verwachtingen de vergoeding moeten beïnvloeden.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof en wijst de zaak terug voor verdere behandeling, waarbij het hof de ruimte krijgt om de billijke vergoeding nader te bepalen binnen de door het HvJEG gestelde kaders. De kosten van het cassatiegeding worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het arrest van het gerechtshof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.