Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof verdachte ten onrechte niet heeft ontslagen van alle rechtsvervolging, althans dat de kwalificatiebeslissing onvoldoende met redenen is omkleed. Hiertoe wordt aangevoerd dat het onder 2 bewezenverklaarde feit niet kan worden gekwalificeerd als smaadschrift omdat de in de bewezenverklaring voorkomende, algemene aanduiding “seksuele gedragingen”, zonder feitelijke omschrijving daarvan, niet oplevert de “telastlegging van een bepaald feit” als bedoeld in art. 261 Sr Pro.
nietdegene was die op het filmpje te zien was het voor haar wellicht nog kwetsender, omdat zij in verband is gebracht met het filmpje terwijl zij daar helemaal niet bij betrokken was en bij degenen aan wie het filmpje is doorgestuurd wel de indruk kan (blijven) bestaan dat zij in dat filmpje te zien is.
tweede middelklaagt dat de kwalificatiebeslissing en/of de strafoplegging onvoldoende met redenen is/zijn omkleed, omdat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat het bewezenverklaarde feit meermalen is gepleegd. De steller van het middel voert aan dat het op diverse data aan verschillende personen tonen en/of versturen van telkens hetzelfde filmpje waardoor de eer en goede naam van één persoon wordt aangerand, tezamen is te beschouwen als het ter kennis van het publiek brengen van dat feit en dat dit dus niet meerdere strafbare feiten oplevert.
derde middelklaagt dat de strafoplegging onvoldoende met redenen is omkleed omdat het hof ten onrechte de voorwaarde van het huidige art. 14c, eerste lid onder b sub 1, Sr heeft gesteld. Deze voorwaarde is pas sinds 1 oktober 2010 in de wet opgenomen en was dus nog niet van toepassing ten tijde van het bewezenverklaarde feit.