Conclusie
[verdachte]
middelklaagt dat het Hof het vonnis van de Rechtbank niet had mogen bevestigen.
bij de Hoge Raad der Nederlanden
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door de Rechtbank Haarlem veroordeeld tot dertig maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het verbod van artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet, namelijk de invoer van ongeveer 5954,2 gram cocaïne op 9 maart 2012 te Schiphol.
Het Gerechtshof Amsterdam bevestigde dit vonnis en legde een gevangenisstraf van 42 maanden met aftrek van voorarrest op. De verdediging voerde in hoger beroep aan dat de verdachte vrijgesproken moest worden van de tenlastegelegde invoer, mede gezien de verlengde invoer zoals bedoeld in artikel 1 lid 4 van Pro de Opiumwet.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof het vonnis van de rechtbank niet had mogen bevestigen zonder een volledige motivering van de bewijsmiddelen, zoals vereist in artikel 359, derde lid, Sv. Omdat de raadsvrouw in hoger beroep vrijspraak had bepleit, was een opgave van bewijsmiddelen alleen niet voldoende. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting met een deugdelijke motivering.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting met volledige motivering.