Conclusie
eerste middelklaagt erover dat de bewezenverklaring van hetgeen de verdachte onder 1, 4, 5 en 6 is tenlastegelegd niet door de gebezigde bewijsmiddelen wordt gesteund, met name ten aanzien van het medeplegen.
alledoor de politie aangetroffen wapens en munitie in en rond hun woning voorhanden hadden.
“Kan mijn cliënte verantwoordelijk worden gehouden voor de aanwezigheid van de wapens in haar woning?(…)
Ik vind collectieve aansprakelijkheid te ver gaan. Wellicht denkt u daar anders over ten aanzien van de hennepkwekerij. Het zou strafrechtelijk verwijtbaar kunnen zien dat zij daar geen verandering in heeft gebracht. Had mijn cliënte zich hier aan kunnen onttrekken?(…)”, kan er geen misverstand over bestaan dat deze overweging uitsluitend betrekking heeft op hetgeen de verdediging heeft aangevoerd met betrekking tot de onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten.
tweede middelklaagt erover dat de bewezenverklaring van hetgeen de verdachte onder 2 en 3 is tenlastegelegd niet door de gebezigde bewijsmiddelen wordt gedragen, omdat uit die bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat er sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en een ander, gericht op het voorhanden hebben van hennepplanten en het wegnemen, ten behoeve van de hennepkwekerij, van elektriciteit.
derde middelklaagt dat de bewezenverklaring van hetgeen de verdachte onder 6 is tenlastegelegde niet door de bewijsmiddelen wordt gedragen, aangezien het proces-verbaal waaruit moet blijken welke kenmerken het onderzochte wapen vertoont en onder welke categorie van art. 2 WWM Pro dat wapen valt, niet duidelijk maakt op welk in de bewezenverklaring bedoeld vuurwapen het betrekking heeft.
vierde middelklaagt erover dat het onder 5 bewezenverklaarde feit – het tezamen en in vereniging met een ander voorhanden hebben van wapens van categorie I onder 3o, te weten een ploertendoder, twee stiletto’s en drie vlindermessen, ten onrechte heeft gekwalificeerd als hiervoor vermeld, aangezien het verbod op voorhanden hebben van zodanige wapens is opgenomen in art. 13, eerste lid, WWM.