ECLI:NL:PHR:2012:BY8736
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg paragraaf 10 Toelichting Gemeenten inzake omzetbelasting inzameling huishoudelijk afval
Belanghebbende is een publiekrechtelijk lichaam, ingesteld bij een gemeenschappelijke regeling tussen gemeenten voor afvalbeheer. Zij sloot een overeenkomst met één deelnemende gemeente, gemeente W, voor de inzameling van huishoudelijk afval. Belanghebbende bracht hiervoor geen omzetbelasting in rekening, maar de Inspecteur legde een naheffingsaanslag op. De Rechtbank en het Hof oordeelden dat omzetbelasting verschuldigd was. In cassatie is de uitleg van paragraaf 10 van de Toelichting Gemeenten aan de orde, die samenwerkingsverbanden van gemeenten vereenzelvigt met deelnemende gemeenten voor onderling verrichte handelingen buiten de ondernemerssfeer, waardoor deze handelingen buiten de omzetbelasting blijven.
De conclusie van de A-G stelt dat hoewel belanghebbende slechts jegens één deelnemer presteert, dit geen bezwaar vormt op grond van het arrest CBIT van het HvJ. De tweede horde is of de handelingen binnen de overeengekomen samenwerking vallen. De inzameling van huishoudelijk afval voor gemeente W vindt plaats op basis van een privaatrechtelijke overeenkomst en valt niet onder de gemeenschappelijke regeling. Dit lijkt tegen de toepassing van paragraaf 10 te pleiten. Echter, de tekst van paragraaf 10 laat niet duidelijk zien dat alleen handelingen binnen het samenwerkingsverband vallen. Belanghebbende mocht in redelijkheid vertrouwen op toepassing van paragraaf 10.
De conclusie is dat belanghebbende terecht geen omzetbelasting heeft berekend over de inzameling van huishoudelijk afval voor gemeente W en dat het beroep in cassatie gegrond is. De eerdere uitspraken van Rechtbank en Hof worden vernietigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie gegrond en oordeelt dat de inzameling van huishoudelijk afval door het samenwerkingsverband voor de gemeente W buiten de heffing van omzetbelasting blijft.