Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Leeuwardenvan 20 september 2011, nr. 10/00325, betreffende een naheffingsaanslag in de omzetbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende, een publiekrechtelijk lichaam ingesteld bij een gemeenschappelijke regeling van meerdere gemeenten, verrichtte de inzameling van huishoudelijk afval voor een deelnemende gemeente. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op omdat hij meende dat deze prestaties niet waren vrijgesteld. Zowel de Rechtbank als het Hof spraken zich uit over de vraag of de prestaties als interne prestaties binnen de deelnemende gemeenten konden worden beschouwd.
De Rechtbank verwierp het beroep van belanghebbende en oordeelde dat de inzameling niet tot de taak van belanghebbende behoorde, maar slechts de verwerking van afval. Het Hof volgde dit oordeel. In cassatie stelde de Hoge Raad echter dat het Hof een te beperkte uitleg gaf aan paragraaf 10, lid 1, van de Toelichting Gemeenten, die samenwerkingsverbanden tussen gemeenten als behorend tot de deelnemende gemeenten beschouwt voor niet-ondernemershandelingen.
De Hoge Raad oordeelde dat belanghebbende in redelijkheid mocht vertrouwen op de vrijstelling van omzetbelasting voor de inzameling van huishoudelijk afval, omdat deze handeling niet tot de ondernemerssfeer van de gemeente behoort en belanghebbende een samenwerkingsverband is van gemeenten. De naheffingsaanslag werd vernietigd en de Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt vernietigd omdat de prestaties van belanghebbende als interne prestaties zijn vrijgesteld.