ECLI:NL:PHR:2012:BY5546
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling getuigenverzoek in strafprocedure na terugwijzing door Hoge Raad
In deze zaak is het verzoek van de verdediging om een getuige te horen na terugwijzing door de Hoge Raad aan het Hof afgewezen op basis van het noodzaakcriterium. De Hoge Raad herhaalt dat de artikelen 410.3, 414.2 tweede volzin en 418.3 Sv niet van toepassing zijn in procedures na terugwijzing, maar dat de artikelen 263, 264 en 418.2 Sv wel onverkort gelden.
De Hoge Raad stelt dat het Hof het verzoek tot het horen van de getuige had moeten beoordelen aan de hand van het ruimere criterium van het verdedigingsbelang, aangezien de getuige niet eerder ter terechtzitting in eerste aanleg of door de Rechter-Commissaris was gehoord. Het toepassen van het noodzaakcriterium was onjuist.
De zaak is terugverwezen naar het Hof om opnieuw te worden berecht en afgedaan met inachtneming van het juiste criterium. De conclusie benadrukt het belang van een eenduidige regel voor de beoordeling van getuigenverzoeken in procedures na verwijzing of terugwijzing, waarbij het criterium van het verdedigingsbelang prevaleert.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling met toepassing van het criterium van het verdedigingsbelang.