ECLI:NL:HR:2012:BY5546
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onjuiste toepassing getuigenverzoek na terugwijzing
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin de verdachte werd veroordeeld voor diefstal van een geldbedrag op Schiphol. De verdachte had verzocht om een getuige, de aangeefster, te horen over de feitelijke gang van zaken en haar aangifte. Het hof wees dit verzoek af op grond van het noodzaakcriterium.
De Hoge Raad oordeelt dat in de procedure na terugwijzing de artikelen 410 lid 3, 414 lid 2 tweede volzin en 418 lid 3 Sv niet van toepassing zijn, maar dat de artikelen 263, 264 en 418 lid 2 Sv wel gelden. Omdat het verzoek schriftelijk en tijdig was ingediend en de situatie van art. 418 lid 2 Sv Pro zich niet voordeed, had het hof het criterium van het verdedigingsbelang uit art. 288 lid 1 aanhef Pro en onder c Sv moeten toepassen in plaats van het noodzaakcriterium.
De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest en verwijst de zaak terug naar het hof te 's-Gravenhage voor hernieuwde berechting en afdoening. Hiermee wordt het belang van een correcte toepassing van de procesrechtelijke regels rond getuigenverzoeken in cassatieprocedures benadrukt.
De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 11 december 2012.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.