ECLI:NL:PHR:2012:BY1066
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek straat- en contactverbod wegens ontbreken reële dreiging
In deze zaak vordert de moeder, als wettelijk vertegenwoordiger van haar dochter, een straat- en contactverbod tegen de man wegens stalking en mishandeling. Na een eerdere afwijzing door de voorzieningenrechter en een toewijzing bij verstek in hoger beroep, stelde de man verzet in. Het hof oordeelde dat ten tijde van de beslissing in de verzetprocedure geen reële dreiging meer bestond dat de man onrechtmatig jegens de dochter zou handelen, en wees het verbod af.
De moeder en dochter stelden beroep in cassatie in tegen deze afwijzing. De Hoge Raad overweegt dat het hof terecht heeft beoordeeld of op het moment van zijn beslissing een onmiddellijke voorziening noodzakelijk was, waarbij het hof de belangen van partijen heeft afgewogen. Het hof heeft de feiten en bewijsmiddelen naar behoren gewogen en is niet onbegrijpelijk of onjuist in zijn oordeel dat geen noodzaak bestond voor het verbod.
Ook de klachten over het niet meewegen van bepaalde bewijsmiddelen, het tijdsverloop, en de ernst van de situatie worden verworpen omdat de waardering van feiten aan het hof is voorbehouden. Het beroep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het verzoek tot straat- en contactverbod wordt afgewezen wegens het ontbreken van een reële dreiging van onrechtmatig handelen.