ECLI:NL:GHAMS:2011:BR7120
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing straat- en contactverbod na mishandeling in relatiegeschil
In deze zaak staat een verzoek tot het opleggen van een straat- en contactverbod centraal, nadat A. aangifte deed van mishandeling door haar voormalige partner, opposant. De rechtbank Utrecht wees eerder een vonnis in kort geding, dat door het hof werd bekrachtigd. Opposant kwam in verzet tegen een verstekarrest, waarna het hof het verzet gegrond verklaarde en de veroordeling uit het verstekarrest onthef.
De feiten betreffen een relatie tussen A. en opposant, waarbij op 16 oktober 2010 een incident plaatsvond waarbij opposant A. mishandelde. Na deze datum was er nog contact via SMS tot 2 maart 2011, waarna geen contact meer was. A. ervaart nog gevolgen van het incident, zoals hoofdpijn en angst, maar haar situatie is verbeterd.
Het hof oordeelt dat het opleggen van een straat- en contactverbod een ernstige inbreuk maakt op de bewegingsvrijheid van opposant en dat daarvoor een reële dreiging van toekomstig onrechtmatig handelen noodzakelijk is. Gezien de omstandigheden, het ontbreken van recent contact en de verklaringen van partijen, is die dreiging niet aannemelijk. Daarom wijst het hof het gevorderde verbod af en veroordeelt het geopposeerde in de kosten van het hoger beroep in oppositie.
Uitkomst: Het hof wijst het gevorderde straat- en contactverbod af wegens onvoldoende aannemelijkheid van een reële dreiging van onrechtmatig handelen.