ECLI:NL:PHR:2012:BX9519
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring verstoring orde door bedelen op station Utrecht
Verdachte werd door het Hof veroordeeld wegens het verstoren van de orde, rust, veiligheid of goede bedrijfsgang op station Utrecht Centraal door bedelen, in strijd met artikel 72 van Pro de Wet personenvervoer 2000 (WPV 2000). Het Hof oordeelde dat uit de bewijsmiddelen voldoende bleek dat verdachte hinder veroorzaakte door passanten aan te spreken en de hand op te houden, wat de orde op het station verstoorde.
Verdachte voerde in hoger beroep aan dat niet ieder bedelen als verstoring van orde kan worden aangemerkt en dat het bewijs ontoereikend was. De Hoge Raad overwoog dat het Hof voldoende gemotiveerd had dat bedelen in dit geval de orde verstoorde, mede gelet op de toelichting in artikel 52 van Pro het Besluit personenvervoer 2000, waarin bedelen expliciet als verstoring wordt genoemd.
De Hoge Raad maakte een onderscheid met een eerdere zaak (HR 15 juni 2010, LJN BL3179) waarin het motiveringsgebrek lag in het ontbreken van een juiste uitleg van de lokale APV. Hier ging het om de WPV 2000 die specifiek op reizigers is gericht, maar ook voor anderen op stations gelden soortgelijke regels in het Algemeen Reglement Vervoer.
Het cassatiemiddel werd verworpen en de veroordeling van verdachte tot een werkstraf van twee uur, subsidiair één dag hechtenis, bleef in stand. De Hoge Raad gaf aan dat de kwalificatie van het gedrag als overtreding van art. 72 WPV Pro 2000 met verbeterde lezing toereikend is.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte wegens verstoring van orde door bedelen op station Utrecht.