ECLI:NL:PHR:2012:BX8471
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens doodslag ondanks gebrekkige tolk en onduidelijke omstandigheden overlijden
Verdachte werd door het hof veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf wegens doodslag op zijn kamergenoot, die in de woning in Kesteren was overleden door steekwonden. Hoewel verdachte ontkende het slachtoffer te hebben gedood en een alternatieve verklaring gaf over een onbekende vrouw die de dood zou hebben veroorzaakt, vond het hof deze lezing ongeloofwaardig en steunde het bewijs op een samenstel van feiten, waaronder telefoonverkeer en gedragingen van verdachte.
De verdediging stelde dat de tolk tijdens politieverhoren gebrekkig was en dat verdachte daardoor niet in vrijheid had verklaard, wat zou moeten leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie en bewijsuitsluiting. Het hof oordeelde echter dat de fouten in de vertaling waren hersteld door een nieuwe vertaling en dat verdachte niet in zijn belangen was geschaad. Ook het beroep op schending van het recht op een eerlijk proces werd verworpen.
De schriftelijke slachtofferverklaring van de nabestaanden werd door het hof slechts beperkt betrokken bij de beoordeling, waarbij alleen het deel over de gevolgen van het misdrijf werd meegewogen. Het hof wees het primaire tenlastegelegde moord af wegens gebrek aan bewijs, maar verklaarde het subsidiaire tenlastegelegde doodslag bewezen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp de cassatiemiddelen, maar achtte wel strafvermindering op zijn plaats wegens overschrijding van de redelijke termijn van meer dan zestien maanden na het instellen van het cassatieberoep.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf wegens doodslag; cassatieberoep verworpen met strafvermindering wegens termijnoverschrijding.