ECLI:NL:PHR:2012:BX8454
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert straf wegens overschrijding redelijke termijn in poging tot doodslag
De zaak betreft een poging tot doodslag waarbij de verdachte op 1 juni 2008 in een discotheek te Rotterdam een slachtoffer met een vuurwapen in de borst/buikstreek heeft geschoten. Het hof heeft de verdachte veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf. De bewezenverklaring is gebaseerd op diverse bewijsmiddelen, waaronder camerabeelden, getuigenverklaringen en medische rapporten.
De verdediging heeft verzocht om nader forensisch onderzoek van de camerabeelden door het Nederlands Forensisch Instituut om te bevestigen of de lichtflits op de beelden afkomstig was van een vuurwapen en of de arm op de beelden daadwerkelijk die van de verdachte was. Dit verzoek is door het hof afgewezen omdat het hof op basis van eigen waarneming en het overige bewijs overtuigd was van de schuld van de verdachte.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof het juiste criterium heeft gehanteerd bij de afwijzing van het verzoek en dat de motivering van het hof begrijpelijk is. Daarnaast klaagt de verdediging over de overschrijding van de redelijke termijn waarbinnen de Hoge Raad uitspraak moest doen. De Hoge Raad constateert dat de termijn met bijna zes maanden is overschreden en past daarom strafvermindering toe. De overige middelen worden verworpen en de straf wordt verminderd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor poging tot doodslag en vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn.