ECLI:NL:PHR:2012:BX3849
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor sociale zekerheidsfraude door gebruik woning en voorzieningen uit misdrijf verkregen uitkering
Verdachte is door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld wegens sociale zekerheidsfraude. Hij maakte in de periode van 15 april 2008 tot en met 17 september 2008 opzettelijk gebruik van een woning en voorzieningen zoals gas, water en elektriciteit, alsmede eet- en drinkwaren, waarvan de huur en kosten werden betaald uit een uitkering die door zijn partner middels misdrijf was verkregen.
De verdediging stelde onder meer dat het hof een schriftelijk stuk, een ID-staat SKDB, niet correct had voorgelezen of de inhoud daarvan niet had meegedeeld, wat volgens haar een schending van art. 301 lid 4 Sv Pro zou zijn. De Hoge Raad oordeelde echter dat dit stuk slechts marginale betekenis had en dat de verdediging op de hoogte was van het adres van inschrijving van verdachte. Ook zonder dit bewijsmiddel was de bewezenverklaring toereikend gemotiveerd.
Daarnaast klaagde de verdediging dat niet was bewezen dat verdachte voordeel had genoten uit de met misdrijf verkregen uitkeringsgelden. De Hoge Raad stelde vast dat uit de bewijsmiddelen voldoende was gebleken dat verdachte voordeel had genoten, onder meer doordat zijn partner de auto van verdachte gebruikte voor boodschappen en brandstof betaalde.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen en bevestigde het arrest van het hof, waarbij verdachte was veroordeeld tot een werkstraf van 100 uur, waarvan 50 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot een werkstraf van 100 uur, waarvan 50 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.