ECLI:NL:PHR:2012:BX0736
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Privaatrechtelijke toestemming en gebruiksvergoeding voor steiger in waterlichaam van waterschap
De zaak betreft een geschil tussen het Hoogheemraadschap van Rijnland en een eigenaar van een steiger in de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder. De eigenaar beschikte sinds 1999 over een ontheffing van het voormalige waterschap Groot-Haarlemmermeer voor het maken en hebben van een steiger, inclusief de daarbij behorende algemene en bijzondere voorschriften.
Het Hoogheemraadschap voerde dat de eigenaar zonder recht of titel gebruik maakte van haar eigendom en vorderde verwijdering van de steiger en betaling van een gebruiksvergoeding. De rechtbank veroordeelde tot verwijdering, maar het hof vernietigde dit en oordeelde dat de ontheffing tevens privaatrechtelijke toestemming inhield voor het gebruik van het water en de waterbodem, waardoor geen sprake was van onrechtmatig gebruik.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de ontheffing, mede gelet op de mededelingen en voorwaarden, redelijkerwijs begrepen mocht worden als privaatrechtelijke toestemming. Het hof heeft het onderscheid tussen publiekrechtelijke en privaatrechtelijke bevoegdheden niet miskend. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het waterschap niet eenzijdig een gebruiksvergoeding kon opleggen zonder instemming, en dat het hof terecht oordeelde dat de brief van opzegging van de gebruiksovereenkomst geen daadwerkelijke opzegging inhield.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het waterschap het gebruik niet zonder meer kon beëindigen of een vergoeding kon afdwingen zonder een redelijke regeling en instemming van de gebruiker.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de ontheffing uit 1999 tevens privaatrechtelijke toestemming inhoudt en dat het Hoogheemraadschap geen gebruiksvergoeding kan afdwingen zonder instemming.