ECLI:NL:PHR:2012:BX0091

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03437
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 450 SvArt. 27 SrArt. 3 Opiumwet
Verwijzingen
11 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte wegens onvoldoende volmacht voor cassatieberoep

In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam verdachte veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van een strafbaar feit onder de Opiumwet. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De advocaat van verdachte gaf een schriftelijke volmacht aan een griffiemedewerker om cassatie in te stellen. De Hoge Raad oordeelt dat deze volmacht niet voldoet aan de vereiste dat de advocaat bepaaldelijk door verdachte gemachtigd moet zijn tot het instellen van cassatie.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat een volmacht die slechts inhoudt dat namens cliënt wordt verzocht cassatie in te stellen, onvoldoende is. De volmacht moet expliciet de bevoegdheid tot cassatieverlening bevatten. Omdat de volmacht in deze zaak niet aan deze eis voldoet, verklaart de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.

De conclusie van de Advocaat-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkheid van verdachte, en de Hoge Raad volgt deze conclusie. Hierdoor wordt het cassatieberoep niet inhoudelijk behandeld en blijft het arrest van het hof in stand.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens onvoldoende volmacht.

Conclusie

Nr. 10/03437
Mr. Vegter
Zitting: 10 april 2012
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft bij arrest van 15 juli 2010 verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep voor zover gericht tegen de beslissingen ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde en de verdachte wegens "medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr Pro. Voorts zijn beslissingen genomen omtrent de inbeslaggenomen goederen als nader in het arrest vermeld.
2. Namens de verdachte heeft mr. S. Schuurman bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
3. De bespreking van het middel kan gelet op het navolgende achterwege blijven.
4. Bij de aan de Hoge Raad op de voet van art. 434, eerste lid, Sv toegezonden stukken bevindt zich een door de griffier van het Gerechtshof te Amsterdam ondertekende 'Akte rechtsmiddel', inhoudende:
"Op 27 juli 2010 kwam ter griffie van dit gerechthof
[...], waarnemend griffier bij het Gerechtshof te Amsterdam, die -daartoe gemachtigd blijkens de aan deze akte gehechte volmacht-
naam [achternaam verdachte]
voornamen [voornaam verdachte]
geboren [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats]
wonende Thans zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande
die verklaarde beroep in CASSATIE IN TE STELLEN tegen het arrest
d.d. 15 juli 2010
alsmede tegen all ter terechtzitting genomen tussenbeslissingen"
5. De in de akte bedoelde schriftelijke volmacht houdt in:
"Gerechtshof Amsterdam
t.a.v. informatiebalie/strafgriffie
Per telefax: 020 - 541 33 54
Breukelen, 27 juli 2010
Onze ref.: 2008271 [verdachte]/OM (hb)
Uw ref.: 23/002697-08
Geachte heer/mevrouw,
Middels deze verzoek ik u, namens mijn cliënt, om cassatie in te stellen tegen het arrest van het Gerechthof te Amsterdam d.d. 15 juli 2010. De gegevens zijn als volgt:
Naam: [verdachte]
Geboortedatum: [geboortedatum] 1973
Datum arrest: 15 juli 2010
Parketnummer: 23/002697-08
Ik verzoek u mij de akte rechtsmiddel per telefax te doen toekomen.
Bij voorbaat dank.
Met vriendelijke groet,
mr. S. Schuurman"
6. Een advocaat kan beroep in cassatie instellen door middel van een aan de griffiemedewerker verleende schriftelijke volmacht, mits die volmacht inhoudt dat hij door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd tot het instellen van cassatie conform art. 450, eerste lid onder a, Sv.(1)
7. In HR 24 januari 2012, LJN BU7345 (niet gepubliceerd) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een schriftelijke volmacht inhoudende 'Namens cliënt (cursief PV) machtig ik hierdoor een van de medewerkers van de zittingsbalie van de rechtbank Leeuwarden om beroep in cassatie in te stellen tegen (...)', niet voldoet aan de hiervoor onder 6 bedoelde voorwaarde en werd de verdachte niet ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep.
8. Nu ook de onderhavige schriftelijke volmacht niet meer inhoudt dan dat de advocaat namens de verdachte verzoekt beroep in cassatie in te stellen, dient de verdachte ook thans niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn cassatieberoep.(2)
9. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van de verdachte in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 HR 22 december 2009, LJN BJ7810, NJ 2010/102, r.o. 3.7.
2 In dit verband kan ook nog gewezen worden op HR 1 november 2011, LJN BT6444, HR 25 oktober 2011, LJN BR2343 (niet gepubliceerd), HR 2 februari 2010, LJN BK2971 en de conclusie van mijn ambtgenoot Vellinga van 7 februari 2012 in de zaak met nummer 10/04145.