ECLI:NL:PHR:2012:BW6673
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende bewijs dat verdachte wist van ongeldigverklaring rijbewijs
Op 24 augustus 2007 verklaarde het CBR het rijbewijs van verdachte ongeldig wegens alcoholmisbruik en alcoholafhankelijkheid vastgesteld na medisch onderzoek. Het besluit werd aangetekend verzonden naar het adres waarop verdachte stond ingeschreven, zonder retourmelding. Verdachte werd op 16 september 2008 veroordeeld voor het besturen van een voertuig terwijl hij redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was.
Het hof baseerde zich op het feit dat het besluit niet was geretourneerd en dat verdachte zijn rijbewijs in bezit had bij staande houding. De verdediging voerde aan dat niet bewezen was dat verdachte wist of redelijkerwijs moest weten van de ongeldigverklaring.
De Hoge Raad oordeelde dat uit de enkele omstandigheid van verzending en niet-retour komen van de aangetekende brief niet zonder nadere motivering kan worden afgeleid dat verdachte wist of redelijkerwijs moest weten van de ongeldigverklaring. Dit volgt ook uit eerdere jurisprudentie. Daarom werd het arrest van het hof vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling wegens onvoldoende bewijs dat verdachte wist van de ongeldigverklaring van zijn rijbewijs.