ECLI:NL:PHR:2012:BW5324
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verkrijging eigendom door verjaring van rechtsvordering tot beëindiging bezit zonder vereiste goede trouw
In deze zaak stond centraal of eisers eigenaar waren geworden van een strook grond door verjaring van de rechtsvordering tot beëindiging van bezit op grond van art. 3:105 BW Pro. Eisers gebruikten sinds 1999 een strook grond naast hun perceel, die formeel eigendom was van verweerders. De rechtbank oordeelde dat eisers door onafgebroken bezit gedurende twintig jaar eigendom hadden verkregen en wees de vorderingen toe.
Het hof vernietigde dit oordeel en stelde dat eisers bij verkrijging niet te goeder trouw waren, waardoor de verjaringstermijn opnieuw begon in 1999 en nog niet was voltooid in 2007. Eisers gingen in cassatie tegen dit oordeel. De Hoge Raad onderscheidde tussen verkrijging op grond van art. 3:99 BW Pro, waarbij goede trouw vereist is, en verkrijging op grond van art. 3:105 BW Pro, waarbij dat niet het geval is.
De Hoge Raad stelde dat bij art. 3:105 BW Pro de verjaring van de rechtsvordering tot beëindiging van bezit doorloopt ongeacht de goede trouw van de bezitter en dat overdracht van bezit de verjaring niet onderbreekt. De toepassing van art. 3:102 lid 2 BW Pro door het hof was onjuist. De zaak werd vernietigd en verwezen voor verdere behandeling. Hiermee werd bevestigd dat eigendom kan worden verkregen door verjaring van de rechtsvordering tot beëindiging bezit zonder vereiste van goede trouw.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bevestigt dat eigendom door verjaring van de rechtsvordering tot beëindiging bezit wordt verkregen zonder vereiste van goede trouw.