ECLI:NL:HR:2012:BW4156
Hoge Raad
- Cassatie
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- Rechtspraak.nl
Weigering schuldsanering wegens ontbreken goede trouw
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van eiser verworpen dat gericht was tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam. Het hof had de schuldsanering van eiser geweigerd omdat eiser niet voldeed aan de vereiste goede trouw, zoals bedoeld in artikel 288 lid 3 van Pro de Faillissementswet.
Het geding in de feitelijke instanties bestond uit een vonnis van de rechtbank Amsterdam en een arrest van het hof Amsterdam. De Hoge Raad heeft de klachten van eiser onderzocht en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was nadere motivering niet nodig omdat de klachten geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad bevestigt hiermee de weigering van schuldsanering op grond van het ontbreken van goede trouw en sluit aan bij de eerdere beslissingen van lagere instanties. Het arrest is gewezen door de raadsheren Bakels, Asser en Drion en op 27 april 2012 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de weigering van schuldsanering wegens ontbreken van goede trouw wordt bevestigd.