ECLI:NL:PHR:2012:BW3332
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettelijk voorschrift voor vordering medewerking douanecontrole
Verdachte werd vervolgd wegens het opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering van een douaneambtenaar krachtens artikel 14 van Pro het Communautair Douanewetboek (CDW). Het hof sprak verdachte vrij omdat dit artikel niet inhoudt dat douaneambtenaren bevoegd zijn tot het vorderen van medewerking aan een controle.
Het geschil betrof de uitleg van artikel 14 CDW Pro en de vraag of dit artikel kan worden beschouwd als een wettelijk voorschrift in de zin van artikel 184 Sr Pro. De Hoge Raad bevestigde dat hoewel het CDW rechtstreeks werking heeft in Nederland, artikel 14 CDW Pro geen bevoegdheid tot het doen van een vordering aan douaneplichtigen verleent.
De Hoge Raad overwoog dat voor een veroordeling op grond van artikel 184 Sr Pro een vordering krachtens een wettelijk voorschrift vereist is dat de betrokken ambtenaar uitdrukkelijk bevoegd is tot het doen van die vordering. Artikel 14 CDW Pro legt wel een verplichting op tot het verstrekken van inlichtingen, maar verleent geen bevoegdheid tot het vorderen daarvan.
Daarom is de vrijspraak van verdachte terecht en blijft deze in stand. Het cassatiemiddel van het openbaar ministerie wordt verworpen.
Uitkomst: De verdachte wordt vrijgesproken omdat artikel 14 CDW geen wettelijk voorschrift is voor een vordering tot medewerking aan douanecontrole.