ECLI:NL:GHAMS:2010:BO6489
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.M. Brilman
- R.E. de Winter
- A.M. van Woensel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettelijke grondslag voor vordering medewerking douanecontrole
De verdachte werd vervolgd voor het opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering van een douaneambtenaar op grond van artikel 14 van Pro het Communautair Douanewetboek (CDW). Dit bevel hield in dat de verdachte medewerking moest verlenen aan een controle bij aankomst op Schiphol.
Tijdens een 100%-controle op een vlucht uit Suriname weigerde de verdachte inhoudelijk antwoord te geven op vragen van de douaneambtenaar en weigerde hij tweemaal medewerking te verlenen aan de controle. Hierop werd hij aangehouden en vervolgd.
Het hof oordeelde echter dat het bevel tot het verstrekken van inlichtingen in deze fase prematuur was, omdat nog niet duidelijk was of er sprake was van in- of uitvoer van goederen zoals bedoeld in de douanewetgeving. Het vorderen van inlichtingen kon daarom niet worden gebaseerd op artikel 14 CDW Pro of enige andere wettelijke bepaling.
Daarom werd het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte vrijgesproken wegens het ontbreken van een wettige grondslag voor het bevel. Het arrest werd uitgesproken door de vierde meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 1 december 2010.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag voor het bevel tot medewerking aan de douanecontrole.