ECLI:NL:PHR:2012:BW2249
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt berekening partneralimentatie op basis van uitgavenpatroon en niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep echtscheiding
Partijen zijn in 1974 gehuwd en zijn feitelijk uit elkaar gegaan in november 2007. De vrouw verzocht in 2009 de rechtbank om echtscheiding en partneralimentatie. De rechtbank sprak de echtscheiding uit en stelde een alimentatiebedrag vast. De man stelde hoger beroep in tegen de echtscheiding en alimentatie.
Het hof verklaarde het hoger beroep van de man niet-ontvankelijk voor zover het gericht was tegen de echtscheiding, omdat hij in eerste aanleg zelf de echtscheiding had verzocht. Het hof vernietigde het alimentatiebesluit en stelde een nieuw alimentatiebedrag vast op basis van het gemiddelde netto besteedbaar gezinsinkomen over de jaren 2005-2007, waarbij ook rekening werd gehouden met de uitgaven en draagkracht van partijen.
De man voerde in cassatie aan dat het hof onjuist had geoordeeld door het inkomen en de behoefte op basis van het uitgavenpatroon van 2005-2007 vast te stellen, terwijl hij stelde dat de uitgaven in die periode niet representatief waren vanwege verbouwingen en dat zijn werkelijke inkomen lager was. De Hoge Raad verwierp deze klachten en oordeelde dat het hof terecht aannam dat naast de opgegeven inkomsten ook andere inkomsten beschikbaar waren, en dat het hof voldoende gemotiveerd had geoordeeld dat de man draagkracht had voor de vastgestelde alimentatie. Tevens bevestigde de Hoge Raad dat het hoger beroep tegen de echtscheiding niet-ontvankelijk was omdat de man in eerste aanleg zelf de echtscheiding had verzocht.
Uitkomst: Het hoger beroep van de man tegen de echtscheiding wordt niet-ontvankelijk verklaard en de alimentatie wordt vastgesteld op basis van het gemiddelde gezinsinkomen over 2005-2007.