ECLI:NL:PHR:2012:BV0616
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Werkgeversaansprakelijkheid voor personen zonder arbeidsovereenkomst bij werkzaamheden in uitoefening van beroep of bedrijf
In deze zaak staat de uitleg van artikel 7:658 lid 4 BW Pro centraal, dat de aansprakelijkheid van een opdrachtgever regelt voor schade van personen die zonder arbeidsovereenkomst werkzaamheden verrichten in de uitoefening van diens beroep of bedrijf. De casus betreft een zelfstandig ondernemer die bij een derde een ernstig bedrijfsongeval kreeg tijdens werkzaamheden aan machines van een joint venture.
De rechtbank en het hof Arnhem oordeelden dat de werkzaamheden niet tot de normale bedrijfsuitoefening van de opdrachtgever behoorden, omdat het ging om reparaties aan machines van een derde en niet om werkzaamheden die de opdrachtgever zelf verrichtte. De Hoge Raad bevestigt dat het begrip "in de uitoefening van het beroep of bedrijf" inhoudelijk moet worden ingevuld aan de hand van de feitelijke situatie en dat het niet per se beperkt is tot de kernactiviteiten van de onderneming.
De Hoge Raad benadrukt dat twee elementen doorslaggevend zijn: (i) de werkzaamheden moeten ook door eigen werknemers van de opdrachtgever kunnen worden verricht, en (ii) er moet sprake zijn van enige mate van zeggenschap of gezag over de uitvoering van de werkzaamheden. De Hoge Raad wijst erop dat het uitbesteden van werkzaamheden niet automatisch betekent dat deze niet tot de bedrijfsuitoefening behoren.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling, met name over de vraag of de werkzaamheden van de directeur van de opdrachtgever zelf ook tot de bedrijfsuitoefening behoren en of de zorgplicht van de opdrachtgever zich uitstrekt tot de zelfstandige die het ongeval kreeg. Hiermee wordt de reikwijdte van art. 7:658 lid 4 BW Pro verduidelijkt en de bescherming van personen zonder arbeidsovereenkomst in bepaalde situaties bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling van de toepasselijkheid van art. 7:658 lid 4 BW.