ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ2718
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M.A. Verscheure
- D.J. Van der Kwaak
- S.F. Schütz
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid manegehouder voor val van vrijwilligster tijdens paardrijden
De zaak betreft een vrijwilligster die bij Manege Spaarnwoude viel van een paard en daarbij ernstig letsel opliep. Zij vorderde volledige aansprakelijkheid van de manegehouder voor haar materiële en immateriële schade, stellende dat er een arbeidsovereenkomst of een daarmee gelijk te stellen rechtsverhouding bestond.
De rechtbank had Manege Spaarnwoude volledig aansprakelijk gesteld op grond van art. 7:658 lid 4 BW Pro. De manege ging in hoger beroep en stelde onder meer dat deze bepaling niet van toepassing was omdat het vrijwilligerswerk incidenteel en louter sportief was.
Het hof oordeelde dat de werkzaamheden van de vrijwilligster niet incidenteel waren en dat het bedrijfsmatige profijtbeginsel van art. 7:658 lid 4 BW Pro van toepassing is. De manege bood de vrijwilligster als tegenprestatie het gebruik van een paard tegen gereduceerd tarief. Het beroep op privé-liefhebberij van de eigenaar faalde vanwege de verwevenheid met de manege.
De grieven van Manege Spaarnwoude werden verworpen en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd. De manege werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat Manege Spaarnwoude volledig aansprakelijk is voor de schade van de vrijwilligster op grond van art. 7:658 lid 4 BW.