ECLI:NL:PHR:2012:BU7337
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voorbedachte raad bij poging tot moord op echtgenote
Op 14 oktober 2009 heeft verdachte te Rotterdam geprobeerd zijn echtgenote met een mes te doden door haar meerdere malen te steken, waaronder in de rug en hals. De verdachte werd door het hof veroordeeld voor poging tot moord met voorbedachte raad. De verdediging voerde aan dat verdachte handelde uit een opwelling zonder opzet of kalm beraad, en dat hij niet in staat was zich rekenschap te geven van zijn daad.
Het hof baseerde zich onder meer op verklaringen van de echtgenote, die aangaf dat verdachte haar dagen voorafgaand aan de steekpartij had bedreigd en op de dag zelf met een mes achter haar aan rende. Het hof oordeelde dat verdachte tijd had gehad zich te beraden en dat hij bewust het besluit om te doden had genomen en uitgevoerd, wat voldoet aan de juridische definitie van voorbedachte raad.
De Hoge Raad heeft het oordeel van het hof bevestigd en het cassatiemiddel verworpen. De Hoge Raad benadrukte dat voorbedachte raad niet vereist dat verdachte daadwerkelijk heeft nagedacht over de gevolgen, maar dat voldoende is dat hij de gelegenheid daartoe had en zich daarvan bewust was. De strafrechtelijke kwalificatie is poging tot moord, en de veroordeling tot zes jaar gevangenisstraf blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor poging tot moord met voorbedachte raad en wijst het cassatieberoep af.