ECLI:NL:PHR:2012:BU5266
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring beklag teruggave geldbedrag na verbeurdverklaring
In deze zaak heeft de Rechtbank het beklag van klager tot teruggave van een geldbedrag van € 1.815,- niet-ontvankelijk verklaard omdat in de onderliggende strafzaak tegen een derde het bedrag reeds verbeurdverklaard was. Klager stelde echter rechthebbende te zijn en voerde aan dat de verbeurdverklaring nog niet onherroepelijk was.
De Hoge Raad oordeelt dat het cassatieberoep ontvankelijk is ondanks dat het vóór de betekening van de beschikking is ingesteld, omdat de beschikking openbaar is uitgesproken en klager daardoor tijdig op de hoogte kon zijn. De Hoge Raad stelt dat het klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv moet worden opgevat en dat de Rechtbank ten onrechte het beklag niet-ontvankelijk heeft verklaard zonder te beoordelen of klager als rechthebbende kan worden aangemerkt.
De Hoge Raad verwijst de zaak naar het gerechtshof te 's Hertogenbosch voor verdere behandeling en afdoening van het klaagschrift. Indien het arrest in de samenhangende strafzaak onherroepelijk wordt, moet het klaagschrift worden opgevat als een klaagschrift ex art. 552b Sv. De Hoge Raad vernietigt de bestreden beschikking en wijst de zaak door.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beklag en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor verdere behandeling.