ECLI:NL:PHR:2012:BU4227
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onjuiste toepassing Salduz-rechtspraak bij gebruik belastende verklaring
In deze zaak stond centraal of een verklaring van de verdachte, afgelegd tijdens het eerste politieverhoor zonder voorafgaand de mogelijkheid tot raadpleging van een advocaat, als bewijs mocht worden gebruikt. Het hof had geoordeeld dat deze verklaring bruikbaar was omdat de verdachte na raadpleging van haar advocaat in latere verhoren niet was teruggekomen op haar eerdere verklaring en zichzelf bleef belasten.
De raadsman van de verdachte voerde aan dat deze eerste verklaring uitgesloten moest worden op grond van het Salduz-arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, dat vereist dat een verdachte voorafgaand aan het eerste verhoor de gelegenheid krijgt een advocaat te raadplegen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had onderzocht of de verdachte was gewezen op dit recht en of zij de gelegenheid had gekregen dit recht uit te oefenen of daarvan ondubbelzinnig afstand had gedaan.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof ten onrechte de verklaring tot bewijs had toegelaten zonder deze essentiële toetsing. Bovendien is volgens de Hoge Raad een verklaring die in strijd met art. 6 EVRM Pro is verkregen, niet als bewijs te gebruiken, ook niet als de verdachte later met advocaat bijstand een gelijkluidende verklaring aflegt.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het hof te 's-Gravenhage voor een nieuwe beoordeling binnen het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.