ECLI:NL:PHR:2012:BU3459
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verduistering en beperkte gevangenisstraf wegens flessentrekkerij en oplichting
Na terugwijzing door de Hoge Raad behandelde het hof Amsterdam de zaak opnieuw en sprak verdachte vrij van de verduistering van een huurauto, waarvoor zij eerder was vervolgd. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. Voor de overige feiten, flessentrekkerij en oplichting, veroordeelde het hof verdachte tot 42 dagen gevangenisstraf en een geldboete van €1000, waarbij de gevangenisstraf gelijk werd gesteld aan de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis had doorgebracht.
De verdediging voerde aan dat verdachte vanwege haar zorg voor haar zieke echtgenoot en haar werk niet onvoorwaardelijk gevangen mocht worden gezet. Het hof hield rekening met deze persoonlijke omstandigheden en het tijdsverloop sinds de feiten, waardoor de straf gematigd werd. De advocaat-generaal had aanvankelijk een hogere straf geëist, maar wijzigde deze deels in een taakstraf.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte art. 321 Sr Pro had vermeld als toepasselijke wettelijke bepaling, aangezien verdachte van verduistering was vrijgesproken. Deze vermelding werd ambtshalve verbeterd zonder dat verdachte daardoor werd geschaad. Het cassatieberoep werd verworpen omdat geen gegronde redenen voor vernietiging aanwezig waren.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van verduistering en veroordeeld tot 42 dagen gevangenisstraf en een geldboete van €1000 voor flessentrekkerij en oplichting.