ECLI:NL:PHR:2012:BT8932

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
10 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/04253 B
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in beklag teruggave inbeslaggenomen auto aan derde

Klager diende een klaagschrift in op grond van artikel 552a Sv, gericht op de teruggave van een inbeslaggenomen Porsche. Klager stelde dat de auto eigendom was van zijn partner en wenste dat de auto aan haar werd teruggegeven. De rechtbank Amsterdam verklaarde dit klaagschrift ongegrond.

In cassatie stelde klager dat de auto aan zijn partner moest worden teruggegeven. De Hoge Raad overwoog dat artikel 552a Sv niet voorziet in een mogelijkheid om teruggave van inbeslaggenomen goederen aan een ander dan de beslagene te gelasten. Hierdoor had de rechtbank klager niet-ontvankelijk moeten verklaren.

De Hoge Raad vernietigde de beschikking van de rechtbank en verklaarde klager niet-ontvankelijk in zijn beklag. Hiermee werd bevestigd dat teruggave aan derden niet via artikel 552a Sv kan worden afgedwongen.

Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag wegens ontbreken van wettelijke grondslag voor teruggave aan een derde.

Conclusie

Nr. 10/04253 B
Mr. Knigge
11 oktober 2011
Conclusie inzake:
[Klager]
1. De Rechtbank Amsterdam heeft bij beschikking van 23 september 2010 het klaagschrift van klager ex. art. 552a Sv, strekkende tot teruggave van een inbeslaggenomen Porsche, ongegrond verklaard.
2. Tegen deze beschikking is namens klager cassatieberoep ingesteld.
3. Namens klager heeft mr. D. van den Broek, advocaat te Amsterdam, een middel van cassatie voorgesteld.(1)
4. Aan de bespreking van dit middel kom ik niet toe. In het klaagschrift wordt gesteld dat de desbetreffende auto in eigendom toebehoort aan de partner van klager en dat klager wenst dat de auto aan hem wordt teruggegeven zodat hij deze aan zijn partner kan doen toekomen. Blijkens het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer heeft de klager aldaar verklaard: "Ik wil graag dat mijn partner, [mede-klaagster], de auto terug krijgt".
5. In aanmerking genomen dat teruggave aan de beslagene niet aangewezen is als blijkt dat een andere rechthebbende is(2), kan het gedane beklag bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een verzoek om teruggave aan een ander. Voor een dergelijk verzoek biedt art. 552a Sv geen basis. Derhalve had de Rechtbank klager niet-ontvankelijk behoren te verklaren in zijn beklag.(3)
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de bestreden beschikking zal vernietigen en de klager niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn beklag.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG
1 Deze zaak hangt samen met 10/04254B ([mede-klaagster]) in welke zaak ik vandaag ook zal concluderen.
2 Vgl. HR 29 oktober 2002, LJN AE5650, NJ 2003/19.
3 Zie o.m. HR 7september 2004, LJN AP1533, NJ 2004/593.