ECLI:NL:HR:2002:AE5650
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vrijspraak en oordeelt over bewaring inbeslaggenomen geldbedrag
In deze strafzaak werd verdachte vrijgesproken van deelname aan een criminele organisatie en heling, maar veroordeeld voor overtredingen van de Wet wapens en munitie. Tijdens het onderzoek werd een geldbedrag van ƒ 201.000,- in beslag genomen. Het hof besloot de bewaring van dit bedrag te gelasten ten behoeve van de rechthebbende, omdat verdachte verklaarde dat het geld hem niet toebehoorde.
Verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit deel van het arrest, stellende dat de beslissing omtrent het geldbedrag onbegrijpelijk en onvoldoende gemotiveerd was. De Hoge Raad overwoog dat volgens artikel 353 Sv Pro de rechter kan besluiten tot bewaring ten behoeve van de rechthebbende als degene van wie het voorwerp in beslag is genomen niet als rechthebbende kan worden aangemerkt.
De verklaring van verdachte dat het geld afkomstig was van een derde en dat hij niet de waarheid sprak over de periode dat hij het bedrag bij zich had, rechtvaardigde het oordeel van het hof dat verdachte niet als rechthebbende kon worden aangemerkt. De Hoge Raad verwierp daarom het cassatieberoep en bevestigde het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de bewaring van het inbeslaggenomen geldbedrag ten behoeve van de rechthebbende.