ECLI:NL:PHR:2012:BT6963
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat niet-naleving oproepingsvoorschrift art. 51 Sv geen schending vormt zonder bewijs raadsman in hoger beroep
In deze zaak is verzoeker door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld wegens opzettelijk onjuiste belastingaangifte en gebruik van vals geschrift. Verzoeker stelde cassatie in met het middel dat het hof de zaak inhoudelijk behandelde zonder dat een afschrift van de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep aan zijn raadsman was gezonden, en dat het hof ambtshalve had moeten onderzoeken of art. 51 Sv Pro was nageleefd.
Het hof had de zaak behandeld nadat verzoeker niet was verschenen op de zitting van 17 april 2002, waarbij ook geen raadsman aanwezig was. De Hoge Raad constateert dat hoewel mr. Huurdeman verzoeker in eerste aanleg bijstond en telefonisch contact had met de bode, uit geen enkel stuk blijkt dat hij ook in hoger beroep als raadsman optrad.
Daarom was het hof niet verplicht om een afschrift van de oproeping aan hem te zenden, noch om ambtshalve te onderzoeken of art. 51 Sv Pro was nageleefd. Het middel faalt en wordt verworpen. De conclusie van de Advocaat-Generaal is dat er geen gronden zijn voor ambtshalve vernietiging van het bestreden arrest.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat het hof niet verplicht was de oproeping aan de raadsman in hoger beroep te zenden.