ECLI:NL:PHR:2011:BT7571
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing wisselbepaling art. 69 Rv bij verkeerde procesinleiding in cassatie
In deze zaak heeft de verzoeker in cassatie een procedure ingeleid middels een verzoekschrift, terwijl het cassatieberoep op grond van art. 407 lid 1 Rv Pro in verbinding met art. 111 lid 1 Rv Pro bij exploot van dagvaarding moet worden ingesteld. De Hoge Raad bespreekt de wisselbepaling van art. 69 Rv Pro, die sinds 1 januari 2002 bepaalt dat een verkeerde keuze van de rechtsingang niet meer leidt tot niet-ontvankelijkheid, maar dat de rechter ambtshalve de procedure moet omzetten naar de juiste procedurevorm.
De Hoge Raad verduidelijkt dat deze wisselbepaling ook geldt in hoger beroep en cassatie en dat de procedure moet worden voortgezet volgens de regels van de dagvaardingsprocedure. Daarbij moet een roldatum worden bepaald en moet de verzoeker de wederpartij oproepen met een exploot dat aan alle vereisten voldoet. Dit om te waarborgen dat de procedure correct wordt voortgezet en dat de wederpartij adequaat wordt geïnformeerd.
De zaak betreft een geschil tussen een eigenaar van een appartementsrecht en een gemeente over betaling van kosten die de gemeente heeft gemaakt wegens herstelwerkzaamheden, waarbij de eigenaar hoofdelijk aansprakelijk werd gehouden. De procedure werd aanvankelijk ingeleid met een dagvaarding, maar het cassatieberoep werd ingediend via verzoekschrift, hetgeen de Hoge Raad corrigeert met toepassing van de wisselbepaling.
De conclusie van de Advocaat-Generaal is dat de Hoge Raad moet bevelen dat de procedure wordt voortgezet volgens de dagvaardingsregels, een roldatum wordt vastgesteld en dat de verzoeker de gemeente op die datum oproept met een exploot dat aan alle vereisten voldoet.
Uitkomst: De Hoge Raad beveelt voortzetting van de cassatieprocedure volgens de dagvaardingsregels met correcte oproeping van de wederpartij.