ECLI:NL:HR:2008:BF1046
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid beroep in cassatie bij verkeerde rechtsingang dagvaardingsprocedure
De man heeft de vrouw gedagvaard voor betaling van een geldbedrag, maar de rechtbank wees zijn vordering af. In hoger beroep bevestigde het hof dit vonnis. Vervolgens stelde de man beroep in cassatie in, maar deed dit niet via de juiste rechtsingang volgens artikel 407 lid 1 Rv Pro, dat bij dagvaardingsprocedures ook cassatie bij dagvaarding vereist.
De Hoge Raad oordeelt dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is gesteld via de juiste procedure. Daarom beveelt de Hoge Raad dat de procedure wordt voortgezet volgens de dagvaardingsregels, met een roldatum en betekening aan de vrouw van het cassatieverzoekschrift.
De beschikking is gegeven door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en is op 7 november 2008 in het openbaar uitgesproken. Hiermee wordt de procedure formeel hersteld en correct voortgezet.
Uitkomst: De Hoge Raad beveelt voortzetting van de cassatieprocedure volgens dagvaardingsregels en stelt een roldatum vast.