ECLI:NL:PHR:2011:BT1766
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en bevestiging ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij hennepteelt
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin veroordeelde werd veroordeeld voor het telen van hennep en de ontnemingsmaatregel van wederrechtelijk verkregen voordeel werd vastgesteld op €23.800,-. Het hof baseerde deze schatting op een oogst van 430 planten, een standaardopbrengst per plant van 28,2 gram, en een verkoopprijs van €2,37 per gram. Van de opbrengst werden afschrijvingskosten, variabele kosten en huurkosten afgetrokken.
De verdediging stelde in cassatie dat het hof niet gemotiveerd had beslist op het door het Openbaar Ministerie onderbouwde lagere bedrag van circa €8.741,25. De Hoge Raad overwoog dat het hof de afwijking voldoende had gemotiveerd en dat het niet verplicht was tot een uitgebreidere motivering. Daarnaast werd opgemerkt dat de verplichting tot het beantwoorden van uitdrukkelijk onderbouwde standpunten ook geldt voor vorderingen tot ontneming.
Het cassatiemiddel faalt en wordt verworpen. De Hoge Raad ziet geen aanleiding tot vernietiging van het arrest. De ontnemingsmaatregel van €23.800,- blijft gehandhaafd, waarmee het financieel voordeel uit de hennepteelt adequaat is vastgesteld en toegewezen aan de Staat.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt het ontnemingsbedrag van €23.800,- en wijst het cassatieberoep af.