ECLI:NL:PHR:2011:BS8806
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardebepaling onteigende gronden Eendragtspolder zonder toepassing dwangbestemming
In deze zaak staat de waardebepaling van onteigende landbouwgronden in de Eendragtspolder centraal, waar een bestemmingsplan is vastgesteld voor grootschalige waterberging en recreatie. De gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle stelde het bestemmingsplan vast, waarna het Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL) de gronden onteigende ten behoeve van de uitvoering van dit plan.
De rechtbank stelde de schadeloosstelling vast op basis van de agrarische waarde, waarbij werd geoordeeld dat geen sprake was van een dwangbestemming die de waarde zou drukken. De onteigende gronden maken geen deel uit van een complex zoals bedoeld in artikel 40d van de Onteigeningswet, omdat de waterberging en recreatie een zelfstandige ruimtelijke ontwikkeling vormen die ook zonder de omliggende ontwikkelingen gerealiseerd zou zijn.
Eiser stelde in cassatie dat de rechtbank ten onrechte artikel 40c en 40d van de Onteigeningswet niet had toegepast, waardoor hij geen volledige schadeloosstelling ontving. Ook betoogde eiser dat sprake was van een dwangbestemming die bij de waardering buiten beschouwing had moeten blijven. De Hoge Raad oordeelt echter dat de rechtbank voldoende gemotiveerd heeft dat geen sprake is van een dwangbestemming en dat het onteigende geen deel uitmaakt van een complex. De klachten van eiser falen en het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de schadeloosstelling van €1.716.215 blijft ongewijzigd.