ECLI:NL:PHR:2011:BS8802
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardering onteigende gronden zonder toepassing dwangbestemming en complexbegrip
Deze zaak betreft een cassatieprocedure over de vaststelling van de schadeloosstelling voor onteigende landbouwgronden in de Eendragtspolder te Zevenhuizen. De onteigening vond plaats ten behoeve van bestemmingsplannen die grootschalige waterberging en recreatiegebied mogelijk maken. Eiser betwistte de waardering van zijn gronden, stellende dat de rechtbank ten onrechte geen rekening hield met een hogere verwachtingswaarde en het complexbegrip uit de Onteigeningswet.
De rechtbank had geoordeeld dat geen sprake was van een dwangbestemming, omdat de gemeente invloed had op de bestemmingsplannen en financieel bijdroeg aan de uitvoering. Ook werd vastgesteld dat de waterberging en recreatie in de Eendragtspolder een zelfstandige ruimtelijke ontwikkeling vormen, los van omliggende gebieden, waardoor het complexbegrip niet van toepassing is. De rechtbank volgde het advies van deskundigen en wees de hogere waardering af.
In cassatie stelde eiser dat de rechtbank artikel 40c en 40d van de Onteigeningswet niet correct had toegepast. De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van de rechtbank niet onbegrijpelijk of onrechtmatig is en dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd waarom het complexbegrip wel van toepassing zou zijn. Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van een dwangbestemming die moet worden weggedacht. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de schadeloosstelling wordt vastgesteld op basis van agrarische waarde zonder toepassing van dwangbestemming of complexbegrip.