ECLI:NL:PHR:2011:BS8792
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing schadevergoeding wegens onrechtmatig optreden Staat bij BSE-maatregelen
Deze zaak betreft een geschil tussen eiseres en de Staat over het optreden van de Staat bij de aanvraag van een machtiging bij de Europese Commissie voor het gebruik van een protocol dat onderscheid maakt tussen eiwitten van herkauwers en niet-herkauwers in veevoer, in het kader van Europese BSE-maatregelen.
Eiseres stelt dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld door onvoldoende voortvarend te zijn bij het begeleiden van het verzoek tot machtiging, waardoor de productie van eiwit uit varkensweefsel moest worden gestaakt en aanvullende investeringen onnodig waren. Het hof Arnhem heeft het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en geoordeeld dat de Staat niet onrechtmatig heeft gehandeld, mede omdat de Commissie eerst inspecties wilde uitvoeren en er nooit alle benodigde elementen aanwezig waren om de machtiging te verlenen.
De Hoge Raad bespreekt in cassatie de verschillende verwijten van eiseres, waaronder het onvoldoende informeren van de Commissie, het nalaten om inspecties te stimuleren en het niet tijdig duidelijk maken van de toelaatbaarheid van het productieproces. De Hoge Raad concludeert dat het hof het causaal verband tussen het vermeende onrechtmatig handelen en het niet verlenen van de machtiging terecht niet heeft vastgesteld en dat de klachten van eiseres onvoldoende grondslag hebben.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt daarmee het oordeel dat de Staat niet aansprakelijk is voor schadevergoeding wegens het vermeende onrechtmatig handelen in deze complexe Europese regelgeving omtrent BSE-maatregelen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat de Staat niet onrechtmatig heeft gehandeld bij de aanvraag van de machtiging voor het eiwitscheidingsprotocol.