ECLI:NL:PHR:2011:BS1742
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid inzet politie ‘stand-in’ bij opsporing fraude en vermindert straf wegens termijnoverschrijding
In deze zaak oordeelt de Hoge Raad over de rechtmatigheid van het inzetten van een politiefunctionaris als ‘stand-in’ bij een onderzoek naar grootschalige advance fee fraude. Het hof had geoordeeld dat deze inzet niet onrechtmatig was, ondanks het gebruik van valse papieren en vals geld door de politie, en dat de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit niet waren geschonden. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat het ontbreken van een specifieke wettelijke regeling voor deze opsporingsmethode niet automatisch leidt tot een schending van het recht op een eerlijk proces.
Daarnaast behandelt de Hoge Raad het verweer dat de verdachte niet aanwezig kon zijn bij de terechtzitting vanwege zijn uitzetting en het ontbreken van een vrijgeleide. Het hof oordeelde dat dit aan de verdachte zelf te wijten was en dat het recht op verdediging niet was geschonden. Ook dit oordeel wordt door de Hoge Raad niet onbegrijpelijk geacht.
Verder is er een discussie over het horen van een getuige in Japan, waarbij het hof afzag van hernieuwde oproeping vanwege gezondheidsredenen en de moeizame rechtshulpprocedure. Dit oordeel wordt eveneens bevestigd.
Ten slotte constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor berechting is overschreden, met name in de cassatiefase, en acht dit aanleiding voor strafvermindering. De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van het arrest dat de duur van de gevangenisstraf betreft en vermindert deze, terwijl het beroep in cassatie voor het overige wordt verworpen.
Uitkomst: De straf wordt verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn, overige klachten worden verworpen.