ECLI:NL:PHR:2011:BR2833
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt berekening wederrechtelijk verkregen voordeel bij ontnemingszaak belastingfraude
De zaak betreft een ontnemingsprocedure waarbij betrokkene werd veroordeeld wegens medeplegen van diverse fiscale en administratieve fraudehandelingen, waaronder het niet doen van juiste belastingaangiften en valsheid in geschrift. Het Gerechtshof Amsterdam had het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op het verschil tussen het uurtarief dat de organisatie aan Nederlandse tuinders in rekening bracht en het loon dat aan Poolse werknemers werd uitbetaald, vermenigvuldigd met het aantal gewerkte uren.
Betrokkene stelde in cassatie onder meer dat het Hof ten onrechte geen rekening had gehouden met een vordering van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) wegens niet afgedragen premies werknemersverzekeringen, die volgens hem in mindering gebracht diende te worden op het berekende voordeel. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had vastgesteld dat tegenover die vordering geen corresponderend voordeel stond, omdat het wederrechtelijk verkregen voordeel niet bestond uit niet afgedragen premies.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep een kennelijke misslag bevatte wat betreft de datum, maar dat dit geen grond voor cassatie vormt. De middelen van cassatie faalden en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam bevestigd.