ECLI:NL:PHR:2011:BQ8777
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen bindende arbitrageovereenkomst op basis van godsdienstcodex binnen kerkgenootschap
Deze zaak betreft een geschil over de vraag of partijen, beiden lid van de Nederlands Israëlitische Hoofdsynagoge (NIHS), gehouden zijn hun conflict over de teruglevering van een woning aan arbitrage te onderwerpen op grond van de godsdienstcodex van het kerkgenootschap.
De verzoeker vorderde op basis van art. 1027 lid 3 Rv Pro de benoeming van arbiters, stellende dat de codex een arbitraal beding bevat dat bindend is voor leden. De voorzieningenrechter en het hof wezen het verzoek af omdat niet kon worden vastgesteld dat de godsdienstcodex deel uitmaakt van een bindend reglement en dat partijen uitdrukkelijk of stilzwijgend hebben ingestemd met arbitrage.
De Hoge Raad bevestigt dat arbitrage slechts kan berusten op een geldige overeenkomst tussen partijen. Het lidmaatschap van het kerkgenootschap impliceert niet automatisch instemming met arbitrage. Ook het rechtsmiddelenverbod van art. 1070 Rv Pro is niet van toepassing indien het verzoek tot benoeming van arbiters wordt afgewezen. De termijn voor hoger beroep bedraagt dan drie maanden. Beide cassatiemiddelen van de verzoeker worden verworpen.
Uitkomst: Verzoek tot benoeming van arbiters wordt afgewezen wegens ontbreken van een geldige arbitrageovereenkomst.